Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

2e Pinksterdag – Feest van Maria, Moeder van de Kerk

2e Pinksterdag – Feest van Maria, Moeder van de Kerk                     Echt, 21-5-18

 “Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats”.
Zo begint het 2e hoofdstuk uit de Handelingen van de Apostelen.

In het voorafgaande hoofdstuk werd reeds een lange opsomming gegeven
van al die mensen die er toen bijeen waren.
En heel nadrukkelijk wordt gezegd, dat allen eensgezind bleven volharden
in het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus.

Maria was dus vanaf op dit belangrijke moment van Pinksteren,
dat wij het begin van de Kerk noemen, aanwezig.
Het is daarom ook heel logisch en zinvol,
om dit nieuwe feest van Maria, Moeder van de Kerk, op 2e Pinksterdag te vieren.

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft trouwens
over de verhouding van Maria tot de Kerk prachtige dingen gezegd.

(Die staan in “Lumen Gentium” (= LG)), de dogmatische constitutie over de Kerk)
 
Hier enkele citaten:

Maria wordt
“geëerd als het voortreffelijkste en het uitzonderlijk verheven lid van de Kerk
en als haar beeld en uitstekendste model in het geloof en in de liefde”(LG 53)

“De katholieke Kerk, onderricht door de heilige Geest, omgeeft haar,
als een zeer beminde moeder, met kinderlijke liefde”(LG 53)

“Zij is ten volle de moeder van de ledematen (van Christus) …
omdat zij in liefde heeft meegewerkt aan de geboorte van de gelovigen
in de Kerk, die de ledematen zijn van dat Hoofd” (LG 53).

“Welnu, de kerk, die Maria’s  geheimenisvolle heiligheid beschouwt,
haar liefde navolgt en getrouw de wil van de Vader volbrengt,
wordt door het woord Gods, dat zij in geloof aanvaardt, eveneens moeder

want door de prediking en het doopsel brengt zij de kinderen,
die van de Heilige Geest zijn ontvangen en uit God zijn geboren,
voort tot een nieuw en onsterfelijk leven”( LG 64)

“Terwijl de Kerk in de zalige Maagd de volmaaktheid reeds bereikt heeft,
waardoor ze vlek noch rimpel vertoont (vgl. Ef. 5,27),
streven de gelovigen nog ernaar
de zonde te overwinnen en te groeien in heiligheid.

Daarom zien ze op naar Maria,
die als een toonbeeld van deugden schittert
voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen” (LG 65).

“Laten alle gelovigen zich in een dringend gebed richten
tot de Moeder Gods en de Moeder der mensen
en haar smeken,
dat zij, die met haar gebed de eerstelingen van de Kerk bijstond,
nu ook in de hemel (…) een voorspraak mag zijn bij haar Zoon … (LG 69).