- Parochie Echt - http://www.parochieecht.nl -

28e zo dh Jaar B – Geen antwoorden op vragen, die niet gesteld worden

28e zo dh Jaar B – Geen antwoorden op vragen, die niet gesteld worden
Echt/ St.Joost 11-10-15

Marcus 10,17: “Goede Meester, wat moet ik doen
om het eeuwig leven te verwerven? “

4 minuten. Deze preek duurt 4 minuten.
Omdat ik weet, dat de vraag naar de duur van de preek
bij de een of ander van u leeft, kan ik daar alvast een antwoord op geven.

“Wij moeten namelijk geen antwoorden geven op vragen,
die niet gesteld worden”.

Deze opmerking hoorde ik een tijdje geleden op een priesterbijeenkomst.
En daar zit natuurlijk een kern van waarheid in.
Maar geldt dit altijd en zonder meer?

Als dat echt zonder meer geldt, dan kan ik wel inpakken,
dan kan ik wel stoppen met de verkondiging.
Want wat is het evangelie meer
dan een uitvoerig antwoord op bv. de vraag:

“Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?“
Maar juist deze vraag werd aan mij nog nooit in die vorm gesteld.

Dus volgens het principe, dat wij geen antwoorden moeten geven
op vragen, die niet gesteld worden, heb ik dan niets meer te vertellen.

Gelukkig ligt het niet zo eenvoudig.
Je hebt namelijk twee soorten vragen:

Vragen die je mooi en netjes kunt formuleren
en vragen, die in je binnenste leven,
maar die je niet of nog niet onder woorden kunt brengen.

De kunst bestaat erin je gesprekspartner te prikkelen en te helpen
met de juiste vragen te stellen.

Probeer het bv. met de vraag,
wat iemand nodig vindt om een zinvol leven te hebben.

En als je dan de voor de hand liggende antwoorden hebt gekregen:
“gelukkige relatie”, “gezondheid”,” werk”,”huisje, boompje, beestje”,
kun je met de volgende vraag beginnen.

Maar als je ziek wordt of je werk verliest of je relatie stuk loopt,
is dan plotseling je héle leven zinloos?

Als je gesprekspartner dan antwoordt, dat zo’n gebeurtenis natuurlijk
een grote impact op zijn leven zal hebben,
maar dat daarom het leven zelf nog niet zinloos is,
dan kom je met de volgende vraag:

Maar het feit, dat wij allemaal dood gaan,
maakt dat dan niet je hele leven zinloos?

Nou, wat ik daar allemaal aan antwoorden op hoor:
wij leven verder in de herinnering van onze dierbaren
of “ik heb een steen verlegd
en sindsdien stroomt het water er anders langs”…

Herinnering door onze dierbaren, voor hoelang?
Ik heb al mijn overgrootvader niet meer gekend.
Ik zou niet eens zijn naam kunnen noemen…

Als het voortleven in de herinnering van de mensen
de enige manier is van ons voortbestaan, dan komen wij er bekaaid vanaf.

Misschien gelooft je gesprekspartner in een eeuwig leven bij God.
Dan kun je hem vragen: Kom je er automatisch, ongeacht je aardse leven ?

De jonge man in het evangelie vandaag had namelijk begrepen
dat je er iets voor zou moeten doen.
“Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven? “ (Mc.10,17)
Jezus antwoordt dan ook: Gij kent de geboden… (Mc.10,19 v.).
Met andere woorden: Probeer die te onderhouden.

De apostel Paulus bekrachtigt later het bestaan
van een eeuwig leven bij God en zegt, dat wij daar vooral komen
door ons vast geloof in Christus.
Voor hem is het duidelijk:
“Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Chris­tus hebben gevestigd,
zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.
Maar zo is het niet!
Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen
die ontslapen zijn”(1 Kor.15,19-20).

Dus: proberen de geboden te onderhouden en je hoop op Christus zetten,
dat is het antwoord op de vraag “Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”.

Een vraag, waarvan je eerst niet wist, dat je die zou stellen.