Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

26e zo d/h jaar B – Belangrijker dan het heelal

26e zo d/h jaar B – Belangrijker dan het heelal        Echt/St.Joost 27-9-15

Marcus 9.38-43+45+47-48  Aanleiding tot zonde

Wanneer wij voor het huidige evangelie een sleutel zoeken,
waardoor wij de innerlijke samenhang van de verschillende uitspraken van Jezus kunnen ontdekken,
dan is dit “de verbondenheid met Jezus”.

Concreter gezegd: het gaat om het wel of niet hebben
van een geestelijke relatie met Jezus zelf,
het wel of niet verbonden zijn van ons, de ranken, met Christus, de wijnstok.

De verbondenheid die iemand met Christus heeft,
blijkt uit de formulering “in mijn Naam”.
Zo zegt Jezus over een gelovige die niet tot onze groep behoort,
maar wel echt in zijn Naam gelooft: “Belet het hem niet,
want iemand die een wonder doet in mijn Naam,
zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken”.

Op de huidige situatie toegepast, zou dat kunnen betekenen
dat wij protestantse groeperingen niet moeten bestrijden,
maar eerder moeten waarderen om hun verbondenheid met de Heer.
Natuurlijk hoeven en mogen wij niet eens alle verschillen in de leer
zomaar aan de kant schuiven, maar dat neemt niet weg
dat een waardering van het meest belangrijke
– namelijk hun Christusrelatie – op zijn plaats is.

Vanuit die wederzijdse waardering moeten wij dan ook heel snel komen
tot een gezamenlijk verzet tegen elke stroming
die het vrijelijk beleven van een Godsrelatie wil ondermijnen en bestrijden.

Want een Godsrelatie ondermijnen is niet niets.
Een van de meest harde oordeelswoorden van Jezus
is juist hieraan gekoppeld:
“Als iemand een van deze kleinen die geloven
(die dus een Godsrelatie hebben),
tot zonde verleidt (betere vertaling dan “aanstoot geven”),
het zou beter voor hem zijn
als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp”.

“Kleinen die geloven tot zonde verleiden”
gebeurde bv. in de meest vreselijke vorm bij de misbruikgevallen binnen de kerk,
waardoor vaak niet alleen een levenslang trauma ontstond,
maar bijna even zo vaak een totaal gebrek aan vertrouwen
in God en de kerk het gevolg was.

Maar laten wij ons niets wijs maken:
“Kleinen die geloven tot zonde, tot geloofsafval verleiden”
gebeurt veel vaker dan alleen in de genoemde overduidelijke gevallen.

Denkt u dat een leraar die het geloof van een kind belachelijk maakt
en die zo het net ontluikende geloof weer uitdooft,
in Gods ogen vrijuit gaat?

Denkt u dat verantwoordelijken in de media
die ons een wereld zonder God als de enige ware wereld presenteren
en zo de grote massa manipuleren, vrijuit gaan in de ogen van God?

Denkt u, dat politici die God en religie uit het publieke leven willen weren,
vrijuit gaan in de ogen van God?

Maar, het is niet alleen ermee gedaan
met de vinger naar anderen te wijzen.

De meeste vermaningen in het evangelie van vandaag
richt Jezus tot ieder van ons persoonlijk.
“Dreigt uw hand u tot zonde te verleiden, hak ze af”.
Of  de voet, of het oog. Uiterste radicaliteit eist Jezus dus
van ieder van ons, als het gaat om ons zielenheil.

Natuurlijk gaat het niet om een letterlijk afhakken van onze ledematen.
Geen enkele heilige in de 2000-jarige geschiedenis van het christendom
heeft dit zo uitgelegd en toegepast.
Maar het gaat wel om echte radicaliteit.

Want het gaat hier om het kostbaarste wat wij bezitten, om onze ziel.
Hoe groot is toch de ziel, dit immateriële levensbeginsel,
dat ons hele lichaam ‘doordrenkt’
en het tot ons heel eigen lichaam maakt!

Wist u, dat een enkele menselijke ziel belangrijker is dan het hele heelal.
Het heelal bestaat namelijk uit materie en materie valt uit elkaar.
Maar de ziel kan niet uit elkaar vallen en blijft daarom eeuwig bestaan.
Daarom heeft God meer interesse in één menselijke ziel
dan voor het hele heelal.

God respecteert echter ook de vrijheid van elke ziel.
Daarom laat hij ons hier op aarde reeds meebeslissen
over ons eeuwig zielenheil.