Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

25e zo dh jaar B – Een kasboek in onze gedachten

25e zo dh jaar B – Een kasboek in onze gedachten
St.Joost/Echt 20-9-15

Marcus 9, 30-37          Als iemand de eerste wil zijn…


“Zij hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag,
wie de grootste was” (Mc.9,34b).

Hoe pijnlijk moet deze gewaarwording voor Jezus geweest zijn.
Hij was bezig zijn leerlingen over zijn heel bijzondere weg
van lijden, dood en verrijzenis te onderrichten en zij …
zij zijn helemaal werelds bezig met hun eigen carrière.

Blijkbaar zit dat heel diep in de mens,
het zich laten voorstaan op prestaties, het beter willen zijn dan anderen.
Waarom zou dat bij ons plotseling niet meer zo zijn
alsof wij het nu wel begrepen hebben
wat zelfs de apostelen aanvankelijk niet snapten.

Maar hoe moet dat dan:
“de laatste van allen zijn”,
zoals ons Jezus voorhoudt (vgl. vers 35)?

Hoe moet je, als je iets goeds gedaan hebt, erover denken?
Moet je het goede helemaal kleineren, alsof het er niet is?
En mag je je over iets, wat je goed gelukt is, niet eens verheugen?

De heilige Basilius, bisschop van Caesarea en kerkleraar,
helpt ons met een mooie vergelijking, het beeld van een kasboek.

Als lijkt dat je iets goeds hebt, zet het dan op je rekening, schrijft hij,
maar zonder je fouten te vergeten. (Zet die in de andere kolom).
blaas je niet op om het goede dat je vandaag hebt gedaan,
verwijder niet het recente en vroegere slechte.

Als het heden je onderwerp van verheerlijking maakt,
herinner je dan het verleden.
Zo prik je het idiote abces door!

Ook voor het tweede gedeelte van Jezus opdracht
is het beeld van het kasboek bruikbaar.
Jezus voegt namelijk aan “het laatste van allen” nog toe:
“en de dienaar van allen zijn”.

Hoe kun je nu van allen een dienaar zijn,
ook van hen bij wie je objectief fouten en gebreken ziet?

Ook daar helpt het kasboek. De heilige Basilius schrijft:

Als je ziet dat je naaste zondigt, hoed je er dan voor
om niet alleen deze fout in hem te zien,
maar denk ook aan hetgeen hij goed heeft gedaan.

Vaak zul je ontdekken dat hij beter is dan jij,
als je het geheel van het leven bekijkt
en niet de rekening van enkele zaken opmaakt.
Ook God onderzoekt de mens niet op fragmentaire wijze.

Wij zien dus: Met dit soort kasboek in onze gedachten
kunnen wij dus eerder de opdracht van Jezus waarmaken:
“Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen
en de dienaar van allen zijn” (vers 35)