Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

25e zo dh jaar A – Niets iets, maar een Persoon, dat is des christen loon   

25e zo dh jaar A – Een Persoon, dat is des christen loon       
                                                                                     Echt/St.Joost, 24-9-17

Weet u nog hoe het er vaak aan toe gaat,
wanneer meerdere kinderen uit een gezin
een glas ranja vragen aan hun mam ?
Om al het gezeur van “hij of zij heeft meer” te voorkomen,
zet de moeder dan meestal de glazen netjes naast elkaar
en vult ze allen perfect even vol.

Blijkbaar zit de angst, om ongelijk behandeld te worden, diep in ons wezen.

Dat zien wij ook in het parabel terug van het huidige evangelie.
De landeigenaar kan dan nog zo zeer beweren:
“Vriend, ik doe u toch geen onrecht?
Zijt gij met mij niet overeengekomen voor een denarie?” (vers.13),
er blijft de nare bijsmaak van een ongelijke behandeling.

En zolang het om een materiële beloning gaat,
zal dit nare gevoel ook blijven.

Laten wij daarom nog een keer naar een voorbeeld
uit het gezinsleven terugkeren.

Welk kind zal redelijkerwijs tot zijn ouders zeggen:
“Ik ben de oudste. Ik leef al veel langer in dit gezin dan dat nakomertje daar.
Jullie moeten daarom van mij veel meer houden dan van hem”?

Als het om een gezonde gezinssituatie gaat,
zal elk kind zich even veel bemind weten
ook al kan de wijze, waarop zich die liefde uit,
al naargelang de leeftijd en de eigenheid van het kind verschillen.

Wanneer wij nu in de parabel van de arbeiders in de wijngaard
het woord “denarie” zouden vervangen door “liefde van de landeigenaar”
dan zou er ook geen reden meer zijn voor een klacht.
Allen mogen zich dan verheugen in de liefde van de landeigenaar
die Jezus zelf is.

Want die liefde is niet afhankelijk van onze prestaties,
zoals de farizeeën meenden en zoals ook wij vaak nog menen.
Wij kunnen geen rechten opbouwen bij de Heer, omdat wij zo braaf zijn.
Wij zijn alleen geroepen voor Hem aan de slag te gaan
vanaf het moment dat zijn vraag tot ons doordringt.

Bij de een zal dat zijn vanaf de kindsheid, omdat hij of zij zo is opgevoed,
bij een ander veel later in het leven,
bij een derde misschien pas te elfder uur op het sterfbed.

Vanaf dat moment dat zijn vraag tot ons doordringt om voor Hem te werken,
kunnen wij ons niet meer excuseren met “Niemand heeft ons gehuurd”(v.7).

Aan de andere kant ligt ook juist in de zin “Niemand heeft ons gehuurd”
een grote troost voor al die ouders en grootouders, die erover inzitten
dat hun kinderen en kleinkinderen niet christelijk geloven.

Hebben hun kinderen en kleinkinderen in het geroezemoes
van al die stemmen op de marktplaats van onze maatschappij
de stem van de landeigenaar wel kúnnen horen,
toen Hij hen in zijn dienst wilde roepen?

Zoals wij horen in het evangelie,
trekt die landeigenaar meerdere keren erop uit.
Bidden wij, dat zijn stem uiteindelijk wél wordt gehoord,
al is het in het laatste uur.

En laten wij als de geestelijke kauwgom van de week het versje onthouden:

Niet iets, maar een Persoon,
dat is des christen loon.