Donderdag 20 juni viert de Wereldkerk Sacramentsdag. In de Landricuskerk is van 10.00 -18.30 uur eucharistische aanbidding. Feestmis 19.00

24e zo dh jaar B – De preek die ik eigenlijk niet wilde houden

24 zo dh jaar B – De preek die ik eigenlijk niet wilde houden      Echt/St.Joost, 12-9-15

Marcus 8,27-35  Wie mijn volgeling wil zijn…

Dit is een preek die ik eigenlijk niet wilde houden,
want zij gaat over een woord van Jezus dat ik eigenlijk niet wilde horen.

Ik had nu natuurlijk wat trucjes kunnen toepassen
door mij helemaal op een andere zin in het huidige evangelie te storten
en die ene lastige zin onbesproken laten.

Maar, juist door het feit dat die ene zin mij zo irriteerde,
werd hij nog belangrijker.

Ik heb ook gekeken of ik er onderuit kon komen door te ontdekken
dat anderen bedoeld zijn, en niet ik. Maar ook dat lukte niet.

Er staat namelijk ter inleiding op de bewuste zin:
“Nadat Jezus behalve zijn leerlingen
ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: …”

Oeps, dat is de grootst mogelijke doelgroep:
dat zijn niet alleen de apostelen
(in de huidige tijd zijn dat paus en bisschoppen)
dat zijn alle christenen die zich aangesproken moeten voelen bij de zin:
“Wie mijn volgeling wil zijn …”

En nu komt de irritante zin:
“Wie mijn volgeling wil zijn moet Mij volgen
door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen”.

Nou, wie wil dat nou, een kruis opnemen!
Wat dat kruis ook precies mag betekenen,
het klinkt in elk geval niet nastrevenswaardig.
Het ruikt naar moeite en pijn, naar afzien en wegcijferen.
Als ik eerlijk ben, mij bevallen gemak en een zekere welvaart,
goed eten en drinken, gezelligheid en plezier beter.
Maar dat kruis….

Misschien komt er nu iemand van u met de volkswijsheid:
Elk huisje heeft toch zijn kruisje. Dus, je komt niet om het kruis heen.
Vroeger of later krijg je, zoals iedereen, te maken met ziekte
of ouderdomskwalen
of het verlies van een dierbare
of met problemen in de relationele sfeer of met het werk.
Ik kan dan alleen maar zeggen:
“Ja, dat klopt. Elk huisje heeft zijn kruisje”.

Misschien horen deze kruisjes er ook soms bij,
maar dat is niet, wat Jezus hier bedoelt.
Het gaat Hem hier niet om wat je overkomt,
het gaat Hem hier niet om een kruis dat je als het ware wordt opgelegd.
Neen, Hij spreekt van het actief op zich nemen van het kruis.

Wat kan er dan wel mee bedoeld zijn?
Je zou het zo kunnen zeggen:
Jouw kruis is de situatie waarin jouw wil kruist met de wil van God.
De situatie waarin je je “ik” aan de kant moet zetten
om Gods wil te doen.
Dat kan van situatie tot situatie anders zijn.
Maar het is wel een sterven aan jezelf.
Een sterven waar een belofte tegenover staat:
Wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie zal het redden
(Mc.8,35).

Is zo’n kruis dan wel nastrevenswaardig?

Op de eerste blik niet, maar wel op de tweede.
Want de tweede blik is die, die terugkijkt op het moment
dat je dit soort kruis wel op je hebt genomen.
De vredige en vreugdevolle ervaring die je opdeed,
toen jouw wil kruiste met de wil van God
en je je “ik” verloochende om Gods wil te doen.

Je moet dit soort momenten van het opnemen van het kruis
zeker wat vaker herhalen,
wil het je langzaam, maar zeker gemakkelijker lukken.
De ergernis van het kruis zal trouwens nooit helemaal verdwijnen.

Daarom kunnen een beetje gechargeerd zeggen:

Liever een Bijbel uit irritatie tegen de wand gegooid
dan nooit erin gelezen.
Liever een pastoor die er moeite mee heeft
om over sommige eisen van Jezus te preken,
omdat hij het besprokene ook zelf waar moet maken,
dan een preek die alle hete hangijzers omzeilt.