Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

21 e zo dh jaar B – Lettertjesvreter

21 e zo dh jaar B – Lettertjesvreter                Echt/St.Joost, 23-08-15

 

Jozua 24,1-2a.15-17.18b    Ook wij willen de Heer dienen.
Joh.6,60-69                          Heer, naar wie zouden wij gaan.

Mensen die mij wat beter kennen, weten dat ik een ‘lettertjesvreter’ ben:
alles wat op mijn eettafel komt te liggen, ga ik lezen,
tenminste gedeeltelijk. En om mij niet te lang op te houden
met onnozele dingen, heb ik een neen-neen-sticker op de deur,
die mij voor al te veel reclamefolders behoedt.

Af en toe pakt deze vorm van geestelijke voeding
wel heel verrassend uit.
Zo las ik ’s ochtends op de dag waarop ik ’s middags mijn preek voorbereidde,
twee citaten uit heel verschillende bronnen,
die perfect pasten bij de weekendlezingen.

Het eerste citaat stamt van Dietrich Bonhoeffer,
de bekende Lutherse theoloog en verzetsstrijder,
die in 1945 door de nationaalsocialisten werd vermoord. Het luidt:
Wij houden God tegen, om ons de grote geestelijke gaven te schenken,
die Hij voor ons bereid houdt, omdat wij niet voor de dagelijkse gaven danken.
(Zenit, Aforisme van 17 augustus 2015)

Hoe anders gedragen zich daar de Israëlieten in de eerste lezing vandaag.
Zij zijn zich de gaven van God bewust,
zij zijn dankbaar voor wat Hij in hun geschiedenis gedaan heeft.
Misschien hebben zij zich dat pas geleidelijk aan gerealiseerd,
misschien hebben ze pas terugblikkend begrepen:
“Hier was God in het spel”, maar het werd wel de basis
van hun toekomstig vertrouwen in God.

“Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren.
De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid,
uit het land van de slavernij.
Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht
en ons beschermd op al onze tochten
en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen.
Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God” (Joz.24,16-18).

Hoe staat het met ons? Hoe vaak hebben wij al
over Gods heel persoonlijke geschiedenis met ons nagedacht?
Op welke momenten van ons levensverhaal hebben wij zijn hulp,
zijn troost, zijn vergeving, zijn aanwezigheid mogen ervaren
en ervoor gedankt?
En zijn wij in staat ook voor de kleine, vanzelfsprekende dingen te danken,
zoals de prachtige zomer die wij hebben,
of de vakantie waarvan wij mochten genieten,
of gewoon omdat het ons goed gaat? Hoe zei Bonhoeffer nog:

Wij houden God tegen, om ons de grote geestelijke gaven te schenken,
die Hij voor ons bereid houdt, omdat wij niet voor de dagelijkse gaven danken.

Het tweede citaat stamt van onze vorige paus Benedictus,
uit de tijd dat hij nog kardinaal was. Toen zei hij:

“Velen zien het christendom als iets institutioneels
in plaats van als een ontmoeting met Christus.
Dat verklaart waarom zij het niet zien als een bron van vreugde.
Zonder deze ontmoeting die het hart raakt, blijft al het andere
als een last, bijna als iets absurds”
(Uit een brief van De Tiltenberg, augustus 2015)

Hoe anders gedragen zich de apostelen in het evangelie.
Op de vraag van Jezus aan de twaalf:
“Wilt ook gij soms weggaan?”, antwoorden ze niet met de klacht:
“Maar het is zo moeilijk te begrijpen”.

Ook pakken ze de geloofsfeiten
die van hen gevraagd worden om te geloven, niet blindelings op,
maar vanuit een dialoog met de Heer,
vanuit een ontmoeting met Christus.

Petrus, hun woordvoerder, antwoordt dan ook:
“Heer, naar wie zouden wij gaan?
Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven
en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt” (Joh.6,68-69).

Hoe staat het met ons? Zoeken wij de dialoog met de Heer?
Leven wij uit de gebedsontmoeting met Hem?

Proberen wij dit steeds opnieuw.
Dan worden ons grote geestelijke gaven geschonken,
dan vinden ook wij een bron van vreugde.