Alle parochianen worden uitgenodigd voor de jaarlijkse clustermis, dit jaar op maandag 14-1 om 19.00 uur in Koningsbosch !

18de zondag dh jaar A – Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt

 18de zondag door het jaar A  Jes. 55, 1-3  Rom. 8, 35.37-39   Mt. 14, 13-2  

(bladzijde 1 naar Mennen)       
Eten en drinken is voor een mens levensnoodzakelijk.
Zonder eten en drinken ga je dood.
Geen wonder dat de eerste zorg van iedere mens zijn dagelijks brood is.

Daarvoor is hij in de weer.
Maar als het daarbij blijft, als de mens niets anders doet dan zich bekommeren om zijn dagelijks brood en de meer of minder luxueuze versiering ervan
zit het fout.

Want dit brood stilt alleen maar de eerste honger, de puur lichamelijke honger.

Daarom zegt God bij de profeet Jesaja in de eerste lezing van deze zondag:

”Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?”

De geestelijke honger blijft, ook al heb je net een geweldig diner achter de rug.
Daarom nodigt God iedere mens uit die geestelijke honger bij Hem te stillen.

“Luistert naar Mij, dan eet ge wat goed is,

dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.”

 

Gods woord, dat is het echte brood, het brood van het echte leven.
Het woord “brood” heeft in de Bijbel altijd een dubbele betekenis:

  • het brood dat we uit Gods hand ontvangen voor ons lichamelijk leven
  • en het brood van zijn woord dat we ontvangen voor ons geestelijk leven.

Als wij het brood van het woord helemaal in ons op nemen,
kunnen wij de lichamelijke dood,
die het gewone brood uiteindelijk niet kan verhinderen, overwinnen.

“Heer, u hebt woorden van eeuwig leven”
zei al de apostel Petrus.

 

Gods Woord wordt met brood vergeleken,
omdat je het net als gewoon brood helemaal in je op moet nemen.
Het moet een stuk van jezelf worden; het moet de kracht zijn van waaruit je leeft.
Daarom is in het Nieuwe Testament het broodwonder
ook zo’n belangrijk verhaal,
Het wordt maar liefst zesmaal verteld
en is het enige wonderverhaal dat in alle vier de evangelies voorkomt.

 

In dit licht moeten wij het verhaal van het broodwonder zien:
als een verhaal over lichamelijk en geestelijk voedsel.

De geestelijke honger blijft, als wij het bij brood alleen laten,
zeiden wij in het begin. Daar ben ik vast van overtuigd.

 

Toch ervaar ik bij mijn ontmoetingen met mensen steeds meer,
dat men deze onderliggende, geestelijke honger vaak niet waar wil hebben,
dat men als het ware ervoor vlucht.

 

Toevallig viel mij een boek in handen dat een mogelijk antwoord geeft

op dit verschijnsel. Het droeg de veelzeggende titel: Wir amüsieren uns zu Tode (In het Nederlands: Wij amuseren ons kapot) (door Neil Postman).
Daarin worden wij aan een beroemde toekomstroman herinnert,
aan Aldous Huxley en zijn “Brave nieuwe wereld” (Heerlijke nieuwe wereld).

De onderdrukking van de mensheid vindt daarin niet meer plaats
door haar de eeuwige verlangens naar vrijheid, vreugde en godsdienst
te verbieden,
maar door al deze verlangens door surrogaten, door kunstmatige namaak, kortstondig te bevredigen.
Het wordt je niet verboden om na te denken over de zin van je leven,
er wordt er gewoon voor gezorgd dat je er niet aan toekomt.
Ononderbroken schreeuwen de media je toe om in hun wereld te komen.
Natuurlijk, elk toestel heeft een aan- en uit knop.
Maar hoe moeilijk valt het ons vaak om die te gebruiken.

Niet dat de media bij voorbaat alleen slechte dingen verkondigen.
Daar gaat het hier niet om. Het gaat erom hoeveel tijd ze ons laten
voor het eigenlijke, voor dat wat ons werkelijk voedt.

Daarom nodigt ons God vandaag uit in de eerste lezing opnieuw uit:
“Luistert naar Mij, dan eet ge wat goed is,

dan verzadigt Gij u aan heerlijke spijs.”