Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

16e zo dh jaar C – Een dominante, oudere zus

16e  zo dh jaar C – Een dominante, oudere zus              Echt, 17-7-16

Lucas 10, 38-42          Marta en Maria

Oudere broers of zussen hebben soms de irritante neiging
ook op volwassen leeftijd nog de leiding te willen nemen.
Deze gewoonte – die in de kinderjaren is ontstaan –
zien wij ook terug bij Marta, de oudere zus van Maria en Lazarus.

Zij is blijkbaar degene die Jezus uitgenodigd heeft,
want er staat dat Marta Hem in haar woning ontving.
De andere twee worden als gastgevers niet vermeld (Lc.10,38).

Ook de zin
“Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen” (v.40)
is veelzeggend.

De naam Marta is Aramees en betekent “meesteres”.
Die naam past goed bij haar karakter,
want zij lijkt wel een beetje op een controlefreak.

Het Griekse woord voor  “in beslag genomen worden”
is eigenlijk nog sterker dan onze Nederlandse vertaling.
In het Griekse woord zit ook nog het voorzetsel “peri” = omheen.
Alles om haar heen heeft haar dus in beslag genomen.
Zij was niet geconcentreerd met één ding bezig,
maar met alles om haar heen.

Haar dominante karakter wordt duidelijk,
wanneer ze een ogenblik bij Jezus komt staan
en verwijtend het woord neemt,
terwijl haar zus Maria luisterend aan zijn voeten zit.

Hoezeer Marta met zichzelf bezig is, blijkt uit het feit dat ze meent
dat Jezus haar niet voldoende waardeert:
“Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?”
Alsof Jezus ooit onverschillig kan zijn tegenover mensen.

Zij, die waarschijnlijk sinds het moment dat de Heer binnenkwam,
met alles om haar heen in beslag genomen werd,
maar nauwelijks aandacht voor Hem had,
voelt zich nu onbegrepen, ondergewaardeerd, onbemind.
Daarbij heeft ze zichzelf de kans ontnomen,
zijn liefdevolle blik op haar te zien rusten.
Heeft ze zichzelf de kans ontnomen,
een waarderend, bemoedigend of wegwijzend woord van Hem te horen.
Heeft ze zichzelf de kans ontnomen,
Jezus persoonlijk te leren kennen
en een vertrouwde relatie met Hem op te bouwen.
Maar wel klagen dat ze niet voldoende aandacht krijgt!

En als klap op de vuurpijl eist ze ook nog, dat de Heer haar zus beveelt
om zo te zijn en zo te handelen zoals zij.

O, hoe vaak lijken wij niet op Marta!
Wij worden door duizendeneen dingen in beslag genomen
en vergeten zo vaak het ene noodzakelijke:
een persoonlijke, een vertrouwde omgang met de Heer.
En dan vinden wij ook nog dat allen anderen zo moeten zijn zoals wij
en wij vinden wij biddende of mediterende mensen onproductief.

Hoe vaak lijken wij op een man,
die dag en nacht in de weer is met zijn werk
en die voortdurend zegt: “Ik doe het toch voor mijn vrouw en kinderen”,
maar die deze nauwelijks nog persoonlijk ontmoet en kent
en die dan klaagt dat hij niet voldoende wordt gewaardeerd en bemind.

Iedereen, ook een pastoor, is er niet van gevrijwaard,
om door alles om zich heen in beslag genomen te worden
en het ene noodzakelijke te vergeten:
de persoonlijke, vertrouwde omgang met de Heer,
die alleen te bereiken is door dagelijks tijd voor Hem vrij te maken
en als het ware aan zijn voeten te zitten.

Want als Jezus begint, iemands naam twee keer te zeggen,
of het nu “Marta, Marta” is in het evangelie van vandaag
of  “Simon, Simon” in een ander evangelie (Lc.22,31-32)
– als Jezus begint een naam twee te zeggen,
dan gaat het om heel serieuze dingen.

Dan is het goed om na te gaan, of Hij niet reden genoeg heeft,
ook onze naam vermanend te herhalen,
opdat wij het ene noodzakelijke niet missen:
een vertrouwde omgang met de Heer.