Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

14e zo dh jaar B – Een van ons

14e zo dh jaar B – Een van ons                            Echt, 5-6-2015

Evangelie: Marcus 6,1-6     Het ongelovige Nazareth

(Preek in de vorm van een gebed)

Goede Jezus,
toen ik een paar dagen geleden over mijn preek zat te broeden,
heersten bij ons dezelfde temperaturen als bij U toen in Israel.
Als Zoon van God kon U natuurlijk wel, ondanks de hitte,
nog heel veel woorden van wijsheid spreken.

Maar, ook dat het heeft niet geholpen
– zo staat het opgeschreven, zo hebben wij het net gehoord –
daar in uw vaderstad Nazareth.
Lag het aan de hitte, waren uw toehoorders erdoor bevangen,
waren ze sloom en ongeïnteresseerd geworden?
Neen, daaraan kon het niet liggen.
De mensen toen, daar in Nazareth,
waren aan deze temperaturen gewend.

Neen, eigenlijk is de reden veel pijnlijker, veel tragischer.

Jezus,
ik stel mij dat zo voor.
U werd mens, nam de hitte en de stof en de moeheid op U
en de tergend lange wachttijd van een onopvallend leven
in een piepkleine timmermanswerkplaats
ergens in een vergeten dorpje aan het uiteinde van de wereld,
om onze taal te spreken,
onze gevoelens te delen,
om echt een van ons te zijn,
en wat is het resultaat?

Het werkt niet. Tenminste niet overal.
Want het besef “Hij is een van ons” kan ook averechts werken.
De mensen redeneren dan namelijk:
Een van ons kennen wij toch.
Een van ons kan ons toch niets nieuws vertellen.
Wat een van ons zal zeggen, kunnen wij wel voorspellen.

En zolang hun eigen ideeën worden bevestigd,
lopen zij met U weg, Jezus.
Zolang hun eigen ideeën worden bevestigd  ,
lopen zij met u weg, paus Franciscus.
Zolang hun eigen ideeën worden bevestigd ,
lopen zij met u weg, bisschop, pastoor of wie dan ook.

Maar zegt die “een van ons” iets anders dan wat zij vinden,
dan ben U niet meer van hen,
of je nu Jezus heet of paus Franciscus of hoe dan ook.

Goede Jezus,
een hele kerkgeschiedenis lang bestaat al dit struikelblok
omdat U niet op afstand bleef,
omdat U niet vanaf een koele, afstandelijke verte over ons wilde regeren,
maar omdat U mens geworden bent, een van ons,
en omdat uw boodschap ook alleen maar door concrete mensen,
die stuk voor stuk een van ons zijn, wordt doorgegeven.

En toch, ondanks al die risico’s van onbegrip en eigen invulling,
zou ik het niet anders willen.
Dank U, Jezus, voor het onbegrijpelijke wonder van uw menswording.
Dank U, dat U een van ons werd.

Nu hoef ik U nooit iets uit te leggen.
U begrijpt mij beter dan ik mijzelf begrijp.

Ik hoef nooit naar woorden te zoeken om met U te spreken,
want U kent alle talen, zelfs die waar geen woorden voor bestaan.

Ik hoef niet te proberen met mijn verstand
het mysterie van de allerheiligste Drieëenheid te doorgronden,
want uw mensheid geeft mij de toegang tot God.

Niets is U vreemd, behalve de zonde.
En zelfs die heeft U beter begrepen dan ikzelf,
omdat U de vernietigende kracht van alle zonden
tot in het diepst van uw ziel hebt ervaren.

Dank U, goede Jezus, dat U een van ons wilde worden,
dat U zo letterlijk mijn leven deelde. Amen.