Alle parochianen worden uitgenodigd voor de jaarlijkse clustermis, dit jaar op maandag 14-1 om 19.00 uur in Koningsbosch !

13e zo dh jaar C – “Laat mij eerst…”

13e zo dh jaar C – “Laat mij eerst…”                 Echt/St.Joost, 26-06-16

1e lezing:   1 Kon. 19,16b.19-21 “Laat mij eerst…”
Evangelie: Lc.9,51-62              “Laat mij eerst…”

In de lezingen van vandaag horen wij tot 3 keer toe de zin
“Laat mij eerst…”.
Dat is een vraag om uitstel, een manier om iets voor zich uit te schuiven.

Het is een fenomeen van alle tijden.
Het eerste voorbeeld vandaag is immers al uit de 9e eeuw vóór Christus.
Toen wierp de profeet Elia zijn profetenmantel over Elisa
en koos hem zo tot zijn opvolger.
Doch deze antwoordde:
“Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en mijn moeder,
dan zal ik u volgen” (1 Kon.19,20).

Vele honderden jaren later zien wij een soortgelijk tafereel.
Wanneer Jezus iemand tot navolging uitnodigt, antwoordt deze:
“Ik zal U volgen Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen
van mijn huisgenoten” (Lc.9,61).

Is het dan zo erg om afscheid te nemen?
Dat beetje menselijkheid,
dat zich verplaatsen in de gevoelens van je ouders
of andere huisgenoten?

Neen. Ik denk ook niet dat de antwoorden van Elia of Jezus
voor elke persoon en voor elke situatie van toepassing zijn,
maar zij scherpen wel ons geweten om alert te blijven
dat wij het moment, dat God iets van ons wil,
niet aan ons voorbij laten gaan.

Maar hoe moeten wij het excuus van die ene man verklaren die zei:
“Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn Vader te begraven?”
Dat is toch een religieuze plicht die Jezus onmogelijk kan afkeuren.

Wij moeten ons voor ogen houden,
dat die bewuste vader nog lang niet overleden was.
Want als hij overleden was, had die zoon van hem
helemaal geen tijd gehad om naar Jezus te gaan.
Hij had zijn vader op de dag zelf al moeten begraven
zoals het nu nog in vele oosterse landen het gebruik is.

De strekking van de uitspraak:
“Laat mij eerst mijn vader begraven” is dan ook
“Laat mij eerst mijn oude heer aan het einde brengen, daarna volg ik u”.

Jezus vindt echter, dat dit ook anderen kunnen doen,
anderen die niet voor Hem open staan, die geestelijk dood zijn.
Vandaar: “Laat de doden hun doden begraven;
maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods”(Lc.9, 60).

Terug naar de essentie van alle antwoorden van Jezus en Elia:
zij willen ons geweten scherpen om alert te blijven
dat wij het moment, dat God iets van ons wil,
niet aan ons voorbij laten gaan.

Want ons antwoord van “Laat mij eerst…” of  “even nog dit doen”
kan tot een vaste gewoonte worden
zoals bij sommige kinderen die elke avond
een heel ritueel van uitstellen kennen als ze moeten gaan slapen.

Het ”even nog dit en even nog dat” kan ons gevangen nemen
in een heel netwerk van onbenulligheden
en voordat wij het in de gaten hebben,
hebben wij heel belangrijke dingen in ons leven gemist.

De apostel Paulus waarschuwt niet voor niets:

“Zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt.
Hij (God) zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord,
op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen.
Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil
(2 Kor. 6, 1b-2)