Geef je op voor een bijzondere Bijbelavond over het Hooglied, het liefdeslied aller liefdesliederen: di 9-4 om 20.00 uur Trefcentrum Diepstraat 4

13e zo dh jaar A – Twee mannen in een kroeg

13e zo dh jaar A – Twee mannen in een kroeg                 Echt/ St.Joost, 2-7-17

Evangelie: “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig…”
(Matteüs 10,37-42)

Twee mannen zitten in een kroeg.
Zij hebben al behoorlijk wat op en hun tongen worden steeds losser.
Op een gegeven moment zegt de een tegen de ander:
“Zeg, wat ik je altijd wilde vragen, hoe kon je zo’n lelijke vrouw trouwen?”
De ander is op slag nuchter.
Na een korte stilte zegt hij zachtjes:
 “Jij hebt nog nooit met mijn ogen naar haar gekeken”.

Inderdaad, het juiste gezichtspunt is beslissend:
Hoe je naar iemand kijkt, vanuit welk perspectief je iets beoordeelt.

Jezus wil in het evangelie van vandaag,
dat wij radicaal kiezen voor zijn gezichtspunt,
dat wij als het ware alles met zijn ogen bekijken.

Hij zegt niet dat wij vader of moeder, zoon of dochter niet mogen beminnen,
maar alleen, dat wij ze niet meer mogen beminnen dan Hemzelf.

Van een gewone mens zouden wij zo’n eis niet kunnen accepteren,
maar Jezus is geen gewone mens, Hij is de Zoon van God.
En als Zoon van God was Hij betrokken bij de schepping van de mens,
als Zoon van God weet Hij als geen ander hoe de mens in elkaar zit.

En hoe zitten wij dan in elkaar?
Ons diepste wezen, onze oorspronkelijke aanleg, is gericht op God.
Helaas kwam er door de zondeval,
door onze menselijke gebrokenheid het egoïsme de kop opsteken. 
En dat is nu precies de tegenovergestelde gerichtheid,
de gerichtheid op ons zelf .

Deze twee gerichtheden zijn vaak in conflict met elkaar,
ja, zij kunnen ons zelfs innerlijk verscheuren.

Maar dat wil Jezus voorkomen.
Daarom herinnert Hij ons vandaag zo nadrukkelijk eraan
om voor Hem te kiezen, Hem op de eerste plaats te zetten.
De heilige Augustinus heeft heel mooi samengevat
wat de oplossing is om die innerlijke spanning, die onrust, ja verscheurdheid
te overwinnen, wanneer hij schrijft:

Gij hebt ons God naar U toe geschapen
en onrustig is ons hart totdat het rust in U.

Het juiste gezichtspunt is dus om met de ogen van de Heer naar alles te kijken.
Dan wordt alles op Hem gericht,
dan zijn al onze daden en verlangens in harmonie met elkaar.

Zelfs het kruis, het lijden dat onze levenspad kruist,
komt dan in een ander perspectief te staan.

Wat de Zoon van God van ons vraagt,
komt niet voort uit een afstandelijk en liefdeloos overheersen,
maar juist uit het feit dat Hij met ogen van liefde naar ons kijk,
dat Hij het beste voor ons wil.

Laten wij dat overwegen, laten wij dat tot ons doordringen,
voordat wij, net als de dronken man uit de anekdote
iets lelijks in het evangelie van vandaag menen te ontdekken.